De kritiek van de vakbonden op het dienstenchequesysteem is zwaar ideologisch gekleurd en vertrekt van halve waarheden.
Met de regelmaat van de klok komt het aan het ACW ge-lieerde HIVA met een onderzoek op de proppen dat wijst op de hoge kostprijs van het dienstenchequesysteem. Dit zou op jaarbasis 2.2 miljard euro kosten. Dat is inderdaad veel geld voor 120 000 gecreëerde jobs. De terugverdieneffecten zijn volgens alle HIVA-studies eerder beperkt.
Ze hebben inderdaad een punt als ze wijzen op de stijgende kostprijs van het stelsel. Maar zowel de HIVA als de vakbonden ontwijken de vraag: waarom is het stelsel zo succesvol?
De manier waarop het systeem functioneert, bewijst dat laaggeschoolde arbeid pas bij lage loonkosten aantrekkelijk is. En zoals bekend zijn de hoge loonkosten de achillepees van ons sociaal economisch systeem. Maar daar zwijgen de HIVA en vakbonden over.
Ze minimaliseren steevast de terugverdieneffecten van de dienstencheques. Een onderzoek van PWC wijst nochtans op indirecte terugverdieneffecten, zoals de verhoogde consumptie door extra inkomen van de werknemer, of de vennootschapsbelasting van het dienstenchequebedrijf. Een vaak vergeten voordeel is dat het stelsel aan oudere hulpbehoevenden de kans biedt om thuis te blijven wonen. Dat kost aan de gemeenschap veel minder dan de mensen in een rusthuis opnemen.
Dat de vakbonden deze voordelen onder de mat vegen mag niet verwonderen. Zij hebben het om ideologische redenen zeer moeilijk met tweeverdieners die aan het begin van de 21ste eeuw een beroep doen op huishoudhulp.
Bovendien zijn de vakbonden niet gelukkig met privéspelers op de dienstenchequemarkt. Commerciële bedrijven zoals uitzendbedrijven, hebben al bijna 60% van de markt in handen. Zij zijn rechtstreekse concurrenten van de non-profit-spelers die vaak aan de klassieke zuilen verbonden zijn.
De non-profit kan in de strijd tegen de commerciële spelers rekenen op de steun van de bevriende vakbonden. Beiden verkiezen ze een afgeslankt dienstenchequestelsel - bijvoorbeeld enkel voor 65-plussers - waarin voor commerciële spelers geen plaats meer is. De kritiek van de vakbonden is dan ook zeer doorzichtig.
Terug naar overzicht
